‘Believe & Achieve’ als leidraad richting meer professionaliteit in het Belgische vrouwenvoetbal: “Samenwerking met buurlanden is cruciaal”

Gwyneth Vanaenrode (Genk) en Luna Vanzeir (Anderlecht) in duel. Een professionalisering van het Belgische vrouwenvoetbal zou ook een beloning zijn voor de speelsters. ©Benny Bornain

 

De Lotto Super League, de hoogste nationale competitie in het vrouwenvoetbal, heeft nood aan meer professionaliteit. Daarom lanceerde de Belgische voetbalbond, in samenwerking met de Pro League, Voetbal Vlaanderen en diens Waalse tegenhanger ACFF in maart het zevenjarenplan ‘Believe & Achieve’. Maar welke gevolgen heeft dat plan voor de clubs?

In 2024 is het exact 100 jaar geleden dat de eerste nationale voetbalcompetitie voor vrouwen begon in België. Toen trok de sport volle stadions van enkele tienduizenden toeschouwers. Maar anno 2024 kampt het vrouwenvoetbal in België met een gebrek aan fans. Met het ‘Believe & Achieve’-plan willen verschillende instanties in het Belgische vrouwenvoetbal de Lotto Super League verder professionaliseren. Zo hopen ze de competitie aantrekkelijker te maken.

Een eerste belangrijke stap in dat verhaal, is dat de organisatie van de competitie sinds vorig seizoen in handen is van de Pro League, de vertegenwoordiger van Belgische voetbalclubs. “Enkele jaren geleden was er al een afspraak gemaakt tussen de voetbalbond en ons om de hoogste afdeling van het vrouwenvoetbal verder te professionaliseren”, licht Dennis Henderickx, verantwoordelijke voor jeugd- en vrouwenvoetbal bij de Pro League, toe. “Die investeringen doen was voor ons een logisch gevolg van de toenemende wereldwijde interesse in het vrouwenvoetbal.”

Een moeilijk verhaal

Toch verliep het eerste professionaliseringsproces niet vlekkeloos. Van de tien clubs die vorig seizoen deelnamen aan de Lotto Super League, haakten er deze zomer drie af. KV Mechelen, White Star Woluwe en Sporting Charleroi gaven alle drie te kennen dat ze momenteel niet kunnen voldoen aan de strenge licentievoorwaarden.

Maar er was ook één club die vorige zomer de omgekeerde beweging maakte, KVC Westerlo. “Onze CEO’s geloven enorm in het verhaal dat wij hier schrijven”, legt coördinator Dimitri Venickx uit. “Het is voor veel ploegen inderdaad geen makkelijk verhaal om in de Lotto Super League aan te haken. Maar na twee seizoenen hard bouwen aan onze visie, voelden wij ons klaar om een mooi verhaal te schrijven in de Super League.” En dat mooi verhaal is de Kempense club ook aan het schrijven. Na een sterk begin aan het seizoen, kampeert de club momenteel op een zesde plek in het klassement.

“We moeten zeker naar tien competitieve clubs om een normale kalender te hebben”

Guilian Preud’homme – CEO Club YLA

De acht clubs die momenteel in de hoogste afdeling spelen, zijn het laagste aantal sinds het seizoen 2019/2020. Bij de grotere ploegen klinkt de vraag om zo snel mogelijk meer clubs te hebben luid. “We moeten zeker naar tien competitieve clubs gaan om een normale kalender te hebben”, vertelt Guilian Preud’homme, CEO van Club YLA, de vrouwenploeg van Club Brugge. Een mening die gedeeld wordt door Aline Zeler, vrouwenvoetbalmanager bij OHL: “Tien clubs is inderdaad het absolute minimum.” Bij de Pro League maakt Henderickx zich hier geen zorgen over: “Er zijn verschillende ploegen, zoals het ambitieuze La Louvière, die op korte termijn in de Lotto Super League willen geraken. En met Westerlo is er al een club die dit succesvol heeft gedaan.”

Een omgekeerde piramide

Eén van de belangrijkste doelstellingen die is opgenomen in de gezamenlijke strategie is om de Lotto Super League richting de top vijftien competities in Europa te doen stijgen. Momenteel prijkt onze competitie op slechts de 21ste plek, achter landen als Albanië en Cyprus. De voeling met de subtop dreigt helemaal verloren te geraken. Iets wat ook Katrien Jans beseft: “Als we naar landen rondom ons kijken, moeten we een duidelijk tandje bijsteken”, klinkt de vrouwenvoetbalmanager van de Belgische Voetbalbond duidelijk.

Eind november uitte bondscoach Ives Serneels, in een interview met De Standaard, nog kritiek op de professionaliteit van de Lotto Super League: “Ik doe nooit nog een toernooi als de speelsters niet allemaal volwaardig prof zijn. Om speelsters van Anderlecht te selecteren, kijk ik enkel naar wat ze presteren in de voorronde van de Champions League. Dat is geen kritiek op de speelsters, maar wel een signaal naar de voetbalbond en de clubs”, klonk het toen duidelijk.

Een belangrijke factor om die kloof met de Europese subtop te dichten, is de jeugdwerking. Ondanks dat de kaap van 50.000 voetballende meisjes werd bereikt in 2022, is de basis in België nog altijd te klein in vergelijking met onze buurlanden. “In België zitten we met een omgekeerde piramide, waar meer speelsters boven 18 jaar zijn dan onder 18. Als we dat vergelijken met grotere landen als Engeland, Nederland, Denemarken en Zweden, hebben zij wel een correcte piramide”, verduidelijkt Jans het probleem. “En een grotere basis, zorgt voor meer doorstroom naar de top.”

“In vergelijking met grotere landen is onze basis te klein. In België zitten we zelfs met een omgekeerde piramide.”

Katrien Jans – Vrouwenvoetbalmanager KBVB

“De doorstroming van jeugd naar de hoogste afdelingen is inderdaad enorm belangrijk om als competitie stappen te zetten”, zegt Jo Van Grunderbeeck van Voetbal Vlaanderen. Als verantwoordelijke voor de topsportcoördinatie, is hij verantwoordelijk voor de ontwikkeling van voetballende meisjes tot 18 jaar en onder 21 jaar, die aangesloten zijn bij de topsportscholen in Wilrijk, Gent, Genk en Brugge en de Women’s Football Academy in Leuven, waar jonge meisjes vanaf de tweede graad kunnen trainen met een professionele omkadering. “Als je als talentvol meisje op de best mogelijke manier wilt ontwikkelen is de topsportschool haast de enige weg. Dat is een heel groot verschil met de jongens, waar ze ook bij hun clubs al van jonge leeftijd over veel faciliteiten beschikken.”

Bij Club YLA vinden ze Jeugdontwikkeling cruciaal in het professionaliseringsproces. ©Club YLA

Bij de grotere clubs, omarmen ze met veel plezier de topsportscholen. Zo lopen er bij Club YLA verschillende meisjes rond die ook studeren aan de lokale topsportschool. En met ‘Dune’ hebben ze ook een project, waarbij ze zich richten op vroegtijdige talentdetectie. “Jeugdontwikkeling is ontegensprekelijk belangrijk”, vertelt Preud’homme. “De helft van onze kern bestaat uit speelsters die bij ons in de jeugd zaten. En we werken ook nauw samen met de topsportschool om de meisjes zoveel mogelijk trainingsuren te geven.”

Toch zijn er ook ploegen die minder blij zijn met de grote rol van de topsportschool. Zeker de centralisering in Leuven, vanaf het derde middelbaar, is een doorn in het oog van sommige clubs. “Voor ons is de topsportschool een drama. Al onze talenten vertrekken op vroege leeftijd richting Leuven, en die zien we dan niet meer terug”, vertelt Betty Van Proeyen, algemeen directeur van Genk Ladies. “Een voorbeeld daarvan is Saar Janssen. Zij speelt nu voor OHL en is Red Flame. Maar na twee jaar middelbaar stond zij eigenlijk op het punt om naar ons te komen.”

Mannenclubs als cruciale factor

Een pijnpunt voor verdere professionalisering is dat veel mannenclubs nog niet overtuigd zijn van de meerwaarde van vrouwenvoetbal. “Ik vind dat vrouwenploegen meer moeten gaan afhangen van mannenploegen. Nu hebben ze vaak de naam van een mannenclub, maar is er verder geen enkele connectie. Mocht je bijvoorbeeld Dimitri de Condé ook technisch verantwoordelijke maken voor de vrouwenwerking zou Racing Genk snel een van de betere clubs zijn in België”, dat zegt Jo Van Grunderbeeck, topsportverantwoordelijke van Voetbal Vlaanderen.

“Mocht je Dimitri De Condé verantwoordelijk maken voor de vrouwenwerking, zou Racing Genk snel één van de betere clubs in België zijn.”

Jo Van Grunderbeeck – Topsportcoördinator Voetbal Vlaanderen

Want het is net die synergie tussen mannen- en vrouwenclubs die vaak het verschil maakt in het vrouwenvoetbal, ook bij KVC Westerlo, licht Dimitri Venickx toe: “Op onze club gebruiken de vrouwen zo goed als alle faciliteiten van de mannen. Dat gaat dan van de trainingsvelden tot de fitnessruimte. Het nieuwe complex is momenteel enkel voor onze mannenploeg, maar ik zit volgende maand samen met de CEO’s om dit mee te nemen in onze plannen voor volgend seizoen.”

Bij OH Leuven ziet Aline Zeler de samenwerking zelfs als een cruciale factor in hun succesvolle opmars richting de top: “Bij ons is de samenwerking met de mannenafdeling een belangrijk onderdeel van onze werking. Door het delen van de trainingsinfrastructuur en medische ondersteuning, kunnen onze speelsters zich optimaal ontwikkelen.” Daarnaast zijn trainers die overstappen van het mannen- naar het vrouwenvoetbal ideale uithangborden om het vrouwenvoetbal te populariseren. Zo heeft Genk met Guido Brepoels een trainer die ook in het mannenvoetbal successen vierde. “Guido is bij ons sinds 2018 en is het ideale uithangbord om extra persaandacht te krijgen. Maar tegelijk is het vrouwenvoetbal voor hem ook heel interessant. De meisjes verdienen niet wat de mannen krijgen, maar gaan er wel altijd 100 procent tegenaan.”

Tactische camera’s voor unieke aanpak

Met de introductie van tactische camera’s op alle velden heeft de Pro League een belangrijke stap gezet in de professionalisering van het vrouwenvoetbal. Deze camera’s genereren gedetailleerde wedstrijddata die coaches en spelers helpt om hun tactieken en prestaties te verbeteren. “Tijdens de recente data-innovation hub hebben we onze plannen gepresenteerd om data structureel in te zetten. Dit is een unieke aanpak binnen het Europese vrouwenvoetbal”, zegt Dennis Henderickx.

“Onze aanpak op vlak van data is uniek in Europa”, zegt Dennis Henderickx van de Pro League. ©Eli Goldenberg

Naast tactische inzichten speelt data ook een cruciale rol in het vergroten van de zichtbaarheid van de competitie. Waar momenteel slechts gemiddeld 297 toeschouwers een wedstrijd bekijken, wijst UEFA-onderzoek op een potentieel publiek van 1,2 miljoen fans in België. Dankzij de tactische camera’s kunnen nu alle wedstrijden live worden gestreamd, wat de toegankelijkheid van de competitie vergroot en meer publiek aantrekt.

Bij Club YLA ziet ook Guilian Preud’homme data als een essentiële pijler om de competitie sterker te maken. “Eerst moeten we data gebruiken om onze speelsters beter te maken en basiselementen te verbeteren. Daarna kunnen we deze inzichten inzetten om tegenstanders beter te analyseren en de kwaliteit van de competitie te verhogen.”

Het verleden als oplossing

In het interview met De Standaard eind november, zinspeelde bondscoach Serneels ook op een terugkeer van een Beneliga: “In ons land is er vandaag geen markt om twaalf volwaardige profclubs op de been te brengen. Met een Beneliga is een vrouwenprofcompetitie wel mogelijk.” Tussen 2012 en 2015 bestond dit competitieformat, waarin Belgische en Nederlandse clubs het tegen elkaar opnemen, tot de Nederlandse clubs zich terugtrokken. Is het een mogelijkheid dat de toekomst van ons Belgisch vrouwenvoetbal in het verleden ligt?

Bij de Pro League ligt een samenwerking alleszins op tafel, zegt Henderickx: “Door de economische realiteit kan je de eerstvolgende jaren niet volledig professionaliseren, daar moet je realistisch in zijn. Maar via een samenwerking met onze buurlanden kan je wel een veel groter bereik creëren. Of dat dan via een Beneliga moet, is een ander verhaal. Maar het zou wel zorgen voor eerlijkere concurrentie met een aantal grote landen.”

“Volledige professionalisering zou een bekroning zijn voor al het harde werk dat speelsters en mensen in het vrouwenvoetbal al jarenlang leveren.”

Betty Van Proeyen – algemeen directeur Genk Ladies

Ondanks de inspanningen die momenteel worden geleverd door alle instanties en clubs, beseft iedereen dat vergevorderd professionalisme in het vrouwenvoetbal pas ten vroegste over enkele jaren bereikt zal worden. Volgens Venickx zal branding een belangrijke rol spelen in de verdere uitbouw van Westerlo: “Als club zullen we moeten nadenken over hoe wij het vrouwenvoetbal nog aantrekkelijker kunnen maken, zodat er meer mensen komen kijken. Dit is interessant voor potentiële sponsors.”

Om te besluiten, vertelt Van Proeyen, die al meer dan twintig jaar actief is bij Genk, nog waarom het zo belangrijk is dat de competitie verder professionaliseert: “Natuurlijk is het belangrijk om de competitie naar een hoger niveau te brengen. Maar professionalisering zou vooral een bekroning zijn van al de inspanningen die speelsters en mensen in het vrouwenvoetbal al jarenlang leveren.”

In ‘Eli Daily’ gaat student sportjournalistiek Eli Goldenberg iedere aflevering dieper in op een actueel thema. Dit doet hij aan de hand van interviews met betrokken partijen.

Geef een reactie

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar boven